Over De Spelonk (en over ons)

De Spelonk is een initiatief voor kunst in het huis van Roeland Merks (hoogleraar mathematische biologie aan de Universiteit Leiden) en Bart Dirks (journalist van de Volkskrant). De exposities zijn te zien door de twee ramen van Valkenboslaan 74 in Den Haag. Waarom heet het de Spelonk? En wat betekent kunst voor de bewoners?

Een foto van een lachende Bart en Roeland voor een werk van Jonathan Marshall

Hoe is de Spelonk ontstaan?

Roeland Merks (links op de foto): ‘Begin 2020 hebben we een stukje van het buurpand kunnen kopen en bij ons huis getrokken. We hadden meteen al bedacht om op de begane grond een kleine kunstruimte te maken, die ook te zien is van de straat. We vinden het geweldig om te merken dat er veel nieuwsgierige neuzen tegen het raam worden gedrukt, maar binnen kijken mag ook. Mail dan naar info@despelonk.nl of neem contact op via instagram: @de_spelonk_den_haag.’

Bart Dirks (rechts op de foto): ‘Een paar keer per jaar gaan we een andere beeldend kunstenaar vragen om werk te tonen in De Spelonk. Dat kan bestaand werk zijn, of speciaal voor de ruimte gemaakt. De olifanten van Catinka Kersten zijn het eerste project. We hebben ons laten inspireren door De Vensterbank van Mirjam Kuitenbrouwer (Amersfoort) en Het Plafond van Guus Vreeburg en Willem Besselink (Rotterdam). Zij vragen ook kunstenaars om werk te presenteren dat vanaf de straat te zien is.’

Wat betekent kunst voor jullie?

Roeland: ‘Kunst is onze passie of onze verslaving. Welke van de twee, weet ik niet. Waarschijnlijk allebei.’

Bart: ‘Ik vind wel dat je altijd moet kunnen zien wat het voorstelt, vind ik.’

Roeland: ‘Die eerste uitspraak, van de Amerikaanse verzamelaar Eli Broad, hangt op zolder.’

Bart: ‘De tweede tekst komt van de ansichtkaart die ernaast hangt. Een beetje melig natuurlijk, bedoeld ter relativering. Kunst verheft je uit het alledaagse leven, het verleidt je om anders te kijken, om je boos te maken of te ontroeren. Maar ik heb een broertje dood aan de poeha van curatoren en artist’s statements. Dure woorden waarvan ze zelf volgens mij niet weten wat ze betekenen. Daar knap ik echt op af. Even leeg als managementstaal, en bovendien nergens voor nodig.’

Tekst Eli Broad

Hebben jullie kunst van huis uit meegekregen of hebben jullie zelf je pad moeten vinden?

Roeland: ‘Vanaf mijn 12de had ik een ov-jaarkaart én een museumkaart. Dat was de perfecte combinatie. Ik wilde alle 660 adressen langs in het Groot Museumboek. Als bewijs vroeg ik aan de portiers om een handtekening. Ver ben ik niet gekomen, maar ik heb veel moois gezien. Naast “wetenschappelijke” musea als het Teylers Museum in Haarlem en het Afrika Museum in Berg en Dal kwam ik zo ook in het Stedelijk Museum Amsterdam. Met mijn ouders en alleen.’

Bart: ‘Kunst kijken is iets wat je gaandeweg leert en dat begint thuis. Ik kan trouwens nog steeds lang met mijn moeder bellen om elkaar te vertellen wat we hebben gezien. Kunst kopen hebben Roeland en ik samen ontdekt. Met het ontdekken van hedendaagse kunst in musea en galeries viel alles op z’n plaats.’

Waar bekijken jullie het liefste kunst? In een galerie, museum, een beurs of online?

Roeland: ‘Op atelierbezoek! Dichterbij de makers kun je niet komen. We hebben urenlang met Esther Tielemans in haar atelier zitten praten over haar werk. Toen we weer naar huis reden, wisten we dat we voor de bijl waren gegaan voor een werk dat godzijdank met een beetje wrikken net door ons trapgat paste. Het is echt een meerwaarde als je weet wie het werk maakt en als je een band met elkaar opbouwt.’

Bart: ‘In galeries ga ik liever naar een solo-expositie dan naar een groepstentoonstelling. Een expositie van één kunstenaar laat je een breder beeld zien van de kunstenaar en zijn of haar  ideeën. Beurzen zijn meer als een tijdschrift waar je doorheen bladert. Maar juist op een beurs kun je worden verrast door galeries en kunstenaars die je nog niet kende.’

Roeland: ‘Uiteraard gaan we ook veel naar musea, daar krijg je een rijper beeld. Al vind ik het jammer dat musea maar weinig jonge kunstenaars durven te tonen. In Den Haag, waar we wonen, is van het GEM naast het Kunstmuseum nog maar één zaal over. Vaak is de formule in het GEM dat vier jonge kunstenaars worden gekoppeld aan één grote, bekende naam. Ik begrijp dat het zo werkt om een groter publiek te trekken, maar het is me vaak te vrijblijvend en te vluchtig.’

Jullie hebben zelf opdrachten gegeven aan kunstenaars. Hoe zit dat?

Roeland: ‘Pim Palsgraaf bouwde een zeven meter hoge installatie in onze driehoekige lichtkoker. Die kun je zien op twee verdiepingen. Een deel is alleen maar zichtbaar als je je hoofd door het schuifraam steekt.’

Bart: ‘In het trappenhuis maakte Lizan Freijsen een “lekkage op bestelling”, geïnspireerd op schimmels en korstmossen. Een deel bestaat uit fotobehang, en ander deel is een getuft tapijt. We zijn een paar keer gaan kijken in het TextielLab van het Textielmuseum in Tilburg, toen het werd gemaakt. Het was verrassend om te zien hoeveel bezoekers er belangstelling voor hadden.’

Roeland: ‘Zo’n opdracht geven voor een specifieke plek in je huis geeft echt een kick. Ik kan het iedereen aanraden. Als je een schilderij of foto koopt, dan koop je een eindresultaat. Als je een opdracht geeft, ben je betrokken bij het hele proces van ontwerp, uitvoering en plaatsing. We hebben Pim en Lizan overigens wel alle vrijheid gegeven. Zij zijn de makers, niet wij.’

Dit is een bewerking van een interview dat verscheen op de website van Gallery Viewer (lange versie) en Het Parool(korte versie). Hier vind je een artikel over De Spelonk in AD/Haagsche Courant.

Roeland liggend op een olifant van Catinka Kersten